Hebben wij de trein gemist?
Neen, wij zijn te vroeg!
Ben jij een slot-non?
Neen, ik ben een handelsreiziger!
Ben jij een paal-danseres?
Neen, ik ben een ballerina!
Die dag hebben de treinbestuurders
het werk neergelegd.
Tekst Jan Keijzer
Het touw scheert door de lucht
en vangt in de vlucht
rode vlinders uit de vlechten
van een spring-levend meisje
Het touw klets op de grond
hink-stap-sprong
Zij danst ritmisch
op de slappe koord.
Adembenemende pirouettes in de zon
doen haar juwelen schitteren.
Zal zij de salto-mortale
overleven?
Tekst Jan Keijzer
Zij maakt haar ogen tot spleetjes
en tuurt naar de horizon.
De penseeltjes van haar wimpers
filteren het zonlicht.
Pas nu kan zij de golflengte
van het landschap meten.
Wankelt haar hoofd naar links
draait de wereld naar rechts.
Staat zij op haar handen
ligt de hemel aan haar voeten.Tussen het gebladerte van de bomen
zweven nerven van lucht.
Het motortje in haar hart
brengt alles tot leven.
Zij maakt haar ogen tot gloeiende kooltjes
om vriendschap te smeden.
De pointe, één been naar achter gestrekt,
de romp lichtjes voorover gebogen,
het hoofd een kwartdraai naar rechts
en de armen tot een korf gevlochten.
Zo is haar groet.
Tekst Jan Keijzer
Zij is een dame van het hof,
een vleugje fee, een teugje toverheks
want:
zij sprokkelt, zij bezemt…
dorre bladeren, grillige stronken
in allerlei vormen
vol gaatjes van de wormen.
Waarheen daarmee?
Naar de magische schuur, natuurlijk!
Door de kapotte dakpan
straalt het zonlicht, fel en hel
op de nieuwe schepping:
de levende gestalte
verenigd met zijn vergeten werktuigen
en op de muur
danst de schaduw
van een speelse schim.
Tekst Jan Keijzer